Columns van De Reisdokter

Ronald Hulsebosch, expeditieartsInspelend op de actualiteit en puttend uit zijn uitgebreide praktijkervaring behandelt dokter Ronald Hulsebosch in deze column de gezondheidsrisico’s op reis en schrijft wat je er tegen kunt doen. Ronald Hulsebosch is huisarts in Den Haag en is zeer betrokken bij Nederlandse expedities.

De combinatie van zijn beroep en passie voor buitensport zorgt ervoor dat hij naam gevestigd heeft als expeditiearts. In 2001 nam hij het initiatief voor de unieke formule voor reisvaccinaties: De Reisdokter. Bij diverse huisartspraktijken kunt u terecht voor medisch reisadvies, vaccinaties, malariapreventie en medical kits.

Met stokken of zonder stokken

Wandelend met de hond door het bos, kom ik geregeld mensen tegen die met stokken lopen. Niet een houten wandelstok met een zilveren knop, zoals die van mijn vader. Hij had er zelfs een die je onder het handvat kon open schroeven en waar heel vernuftig een glazen buis met kurken stop gevuld met cognac in zat. Nee, deze mensen wandelen met skistokken: Nordic walking. Het is een ingeburgerd verschijnsel, dat op mijn lachspieren werkt.

In de bergen ligt het anders . Dan moet ik er niet om lachen en loop zelf ook vaak met stokken. Waarom eigenlijk? Wat zijn de voordelen?
Als je met stokken stijgt, helpen de armen mee en worden de beenspieren ontlast. Met als gevolg meer spierpijn in de armen dan in de benen.
Bij het afdalen helpen de stokken vooral bij het bewaren van het evenwicht.

Ik ben echter ook wel eens gevallen bij het dalen omdat mijn stok achter een steen bleef haken, waardoor ik het evenwicht verloor. Ook heb ik de stok verbogen en de teller verloren. Allemaal niet opzienbarend en vele bergwandelaars hebben soortgelijke ervaringen. Ik heb mensen zien afdalen met woest om zich heen slingerende stokken , bij wie je uit de buurt moest blijven. Herhaaldelijk zie je ze het evenwicht verliezen en moet de stok uitkomst bieden om niet te vallen. Dat ziet er niet mooi en gecontroleerd uit. Lastig is ook dat de stok zelden de goeie lengte heeft. Het terrein wisselt, je kan een bergstok en een dalstok nodig hebben met verschillende lengtes. En je kan de telescoop stokken niet voortdurend aanpassen, dan blijf je bezig en kom je nooit in een ritme. Je kan ze wel op wisselende hoogtes vast pakken, maar dat is ook niet altijd ideaal.

Stokken? Je kan ze verliezen, verbuigen, het evenwicht erdoor verliezen en anderen mee verwonden. Maar ze kunnen ook krachten sparen en je helpen om sneller en veiliger af te dalen. Het is net als kleine kinderen die leren fietsen met zijwieltjes. Het is handig in het begin, maar uiteindelijk doe je het zonder.

Ik pleit niet voor altijd lopen zonder stokken, maar wel voor lopen zonder stokken als ze niet nodig zijn. Zonder stokken oefen je de beenspieren en je gevoel voor evenwicht. Je wordt gedwongen om rustig, gecontroleerd te lopen en goed uit te kijken waar je de voeten neer zet. Met stokken luistert het wat minder nauw en kan je jezelf toestaan om slordig te lopen. Slordig en onevenwichtig lopen kost uiteindelijk meer kracht ook als je dat met stokken doet.

Stokken zijn een hulpmiddel. Je mag ze gebruiken, soms moet je ze zelfs gebruiken. Maar je moet het ook zonder kunnen. En als het even kan is het beter om het zonder te doen.

Ronald Hulsebosch

Website en afsprakenmodule zijn gerealiseerd door BaseNet | © 2019 De Reisdokter